We fotograferen wat af met zijn allen. Als je wilt is er een constante stroom van beelden waar je je aan vergaapt. Eten is bijvoorbeeld volgens de meeste mensen heel fotogeniek.
Van een blije maaltijd bij de Mac tot een culinaire hap bij Herman de Blijker. We delen graag onze ervaringen.
Eten en fotograferen hebben meer met elkaar gemeen.
En toch ook weer helemaal niet.
Cursisten vragen mij geregeld naar de instellingen voor een bepaald soort foto's. Zeg maar vaste recepten voor camera instellingen in een museum bijvoorbeeld.
Geduldig leg ik dan uit dat fotograferen meer te vergelijken is met het koken van de Zweedse Chef.
Het is zeker geen lopend buffet. Niets staat van tevoren vast.
In de basis hebben we als fotografen allemaal te maken met dezelfde ingrediënten.
Denk aan:
- Licht
- Lens
- Diafragma
- Snelheid
- Gevoeligheid (van je opnamemateriaal dan hè. Niet van de fotograaf.)
Hoe je die mixt ligt aan je persoonlijke voorkeur.
Máár. Niet alleen je voorkeur heeft het voor het zeggen.
Mix je licht met de andere onderdelen in de juiste verhouding dán krijg je de smakelijkste foto's.
Elk beeld heeft in elk geval één ding gemeen: licht.
Het vaste ingrediënt in elk recept.
Wel een ingrediënt dat ook gelijk de boventoon voert in je keuzes.
Want er is altijd wat. Te veel, te weinig. Het is maar zelden precies perfect. Daardoor wordt fotograferen in de meeste gevallen een toveract.
Je wikt en weegt - Tita Tovenaar stijl.
Een beetje van dit, een beetje van dat. Als je Kika dan haar werk laat doen, dat staat alles zo maar ineens stil.
Is je foto gaar of rauw?
Ook dat kan zo maar gebeuren.
Zet je de wekker te kort? Dan heb je een rauwe foto en eindig je met een zwart plaatje.
Laat je het beeld te lang sudderen dan is hij veel te gaar. Dan blijf je achter met een wit beeld.
Je lens is ook een factor van jewelste.
Kun je het beeld door een groot raam bekijken of slechts door een piepklein gaatje?
Het diafragma is dat raam en zorgt dat het licht op je chip terecht komt.
Zet je het raam te ver open dan eindig je met een wit plaatje.
Kan het raam maar een klein beetje open nou ja, je snapt hem wel hè.

Gevoeligheid. Een netelige kwestie.
Je chip heeft ook gevoel, nou ja gevoeligheid dan.
Als fotografen hebben we het dan stoer over ISO.
Nou kent koken ISO 22000, maar dat gaat dan over voedselveiligheidsmanagementsystemen. Leuk woord voor galgje, maar ISO in de fotografie gaat dus over héél iets anders.
Gevoeligheid opschroeven door het ISO getal te verhogen. Daardoor is je chip veel meer geïnteresseerd in licht. Dat geeft je meer mogelijkheden met de andere ingrediënten, maar heeft wel een nadeel.
Alles wordt korrelig. En dat willen de meeste mensen niet.
Niet in hun foto's en niet in hun eten.
Een netelige kwestie. ISO verhogen of toch maar niet? Een kwestie van smaak en soms van noodzaak.
Zo'n lage ISO-waarde kan ook zijn nut hebben. Strakke lijnen, lekker veel contrast. Dat spat het plaatje af.
Zo is een recept dus van vele factoren afhankelijk.
Ik vermijd liever vaste recepten voor camera instellingen. In de praktijk pakt het altijd anders uit.
Nou ja het leven van een fotograaf gaat gewoon niet over snelwegen.
De weg gaat over geitenpaadjes, klimweggetjes met hulpstukken en soms op de tast in het duister.
Precies de ingrediënten die mij aantrekken. Want zeg nou zelf: gebaande paden zijn lang zo bevredigend niet. Denk maar aan de A2. Je staat al snel in de file met allemaal dezelfde resultaten.
Dus nee lieve startende fotograaf. Helaas.
Er zijn geen vaste recepten voor camera instellingen bijvoorbeeld bij een landschapsfoto of de topprestatie van je kind bij hoogspringen.
Fotograferen is meer als klauteren, strompelen, de weg kwijtraken en weer vinden. Maar net als bij zo veel activiteiten die moeite kosten is het resultaat eindeloos meer bevredigend dan een kroketje uit de muur.
Probeer daarom eerst een eitje te koken voor je aan de Eggs Benedict begint. Ik beloof je dat het meer dan de moeite waard is. Voor je het weet maak je de heerlijkste platen met een snufje van jezelf.
Fotografeer jij vanavond?
Of ik?



